Privacywet

persoonsgegevens
(B.S., 18 maart 1993) – Geconsolideerde versie (07/04/2014)
Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen, beginsel en werkingssfeer
Art. 1. § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt onder “persoonsgegevens” iedere informatie
betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon verstaan, hierna “betrokkene”
genoemd; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden
geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke
elementen die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische,
culturele of sociale identiteit.
§ 2. Onder “verwerking” wordt verstaan elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking
tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procédés, zoals het
verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken,
verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking
stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of
vernietigen van persoonsgegevens.
§ 3. Onder “bestand” wordt verstaan elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens
bepaalde criteria toegankelijk zijn, ongeacht of dit geheel gecentraliseerd dan wel gedecentraliseerd is
of verspreid op een functioneel of geografisch bepaalde wijze.
§ 4. Onder “verantwoordelijke voor de verwerking” wordt de natuurlijke persoon of de rechtspersoon,
de feitelijke vereniging of het openbaar bestuur verstaan die alleen of samen met anderen het doel en
de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens bepaalt.
Indien het doel en de middelen voor de verwerking door of krachtens een wet, een decreet of een
ordonnantie zijn bepaald, is de verantwoordelijke voor de verwerking de natuurlijke persoon, de
rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het openbaar bestuur die door of krachtens de wet, het
decreet of de ordonnantie als de voor de verwerking verantwoordelijke wordt aangewezen.
§ 5. Onder “verwerker” wordt de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het
openbaar bestuur verstaan die ten behoeve van de voor de verwerking verantwoordelijke
persoonsgegevens verwerkt, met uitsluiting van de personen die onder rechtstreeks gezag van de
verantwoordelijke voor de verwerking gemachtigd zijn om de gegevens te verwerken.
§ 6. Onder “derde” wordt de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het
openbaar bestuur verstaan, niet zijnde de betrokkene, noch de verantwoordelijke voor de verwerking,
noch de verwerker, noch de personen die onder rechtstreeks gezag van de verantwoordelijke of de
verwerker gemachtigd zijn om de gegevens te verwerken.
§ 7. Onder “ontvanger” wordt de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het
openbaar bestuur verstaan, aan wie de gegevens worden meegedeeld, ongeacht of het al dan niet
een derde betreft; administratieve of gerechtelijke instanties aan wie gegevens kunnen worden
meegedeeld in het kader van een bijzondere onderzoeksprocedure worden evenwel niet beschouwd
als ontvangers.
2
Versie 07/04/2014
§ 8. Onder “toestemming van de betrokkene”, wordt elke vrije, specifieke en op informatie berustende
wilsuiting verstaan, waarmee de betrokkene of zijn wettelijke vertegenwoordiger aanvaardt dat
persoonsgegevens betreffende de betrokkene worden verwerkt.
§ 9. Onder A.N.G wordt verstaan de algemene nationale gegevensbank bedoeld in artikel 44/7 van de
wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
§ 10. Onder "basisgegevensbanken" worden verstaan de gegevensbanken bedoeld in artikel 44/11/2
van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
§ 11. Onder "bijzondere gegevensbanken" worden verstaan de bijzondere gegevensbanken die de
politiediensten kunnen oprichten overeenkomstig artikel 44/11/3, van de wet van 5 augustus 1992 op
het politieambt.
§ 12. Onder "gegevens en informatie" worden verstaan de persoonsgegevens en de informatie
bedoeld in artikel 44/1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
§ 13. Onder "overheden van bestuurlijke politie" worden verstaan de overheden bedoeld in artikel 5,
eerste lid, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
Art. 2. Iedere natuurlijke persoon heeft in verband met de verwerking van persoonsgegevens die op
hem betrekking hebben, recht op bescherming van zijn fundamentele rechten en vrijheden,
inzonderheid op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.
Art. 3. § 1. Deze wet is van toepassing op elke geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking
van persoonsgegevens, alsmede op elke niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die
in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens die door een natuurlijk
persoon in activiteiten met uitsluitend persoonlijke of huishoudelijke doeleinden wordt verricht.
§ 3. a) De artikelen 6, 7 en 8 zijn niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor
uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden wanneer de verwerking betrekking heeft op
persoonsgegevens die kennelijk publiek zijn gemaakt door de betrokken persoon of die in nauw
verband staan met het publiek karakter van de betrokken persoon of van het feit waarin die persoon
betrokken is.
b) Artikel 9, § 1, is niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend
journalistieke, artistieke of literaire doeleinden wanneer de toepassing ervan de verzameling van
gegevens bij de betrokken persoon in het gedrang zou brengen.
Artikel 9, § 2, is niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend
journalistieke, artistieke of literaire doeleinden wanneer de toepassing ervan tot één of meer van de
volgende gevolgen zou leiden :
– door de toepassing wordt de verzameling van gegevens in het gedrang gebracht;
– door de toepassing wordt een voorgenomen publicatie in het gedrang gebracht;
– de toepassing zou aanwijzingen verschaffen over de bronnen van informatie.
c) De artikelen 10 en 12 zijn niet van toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor
uitsluitend journalistieke, artistieke of literaire doeleinden in de mate dat de toepassing ervan een
voorgenomen publicatie in het gedrang zou brengen of aanwijzingen zou verschaffen over de bronnen
van informatie.
d) De artikelen 17, § 3, 9° en 12°, § 4 en § 8, evenals de artikelen 18, 21 en 22 zijn niet van
toepassing op verwerkingen van persoonsgegevens voor uitsluitend journalistieke, artistieke of
literaire doeleinden.
3
Versie 07/04/2014
§ 4. De artikelen 6 tot 10, 12, 14, 15, 17, 17bis, eerste lid, 18, 20 en 31, §§ 1 tot 3, zijn niet van
toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens door de Veiligheid van de Staat, door de
Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht, door de overheden bedoeld in de
artikelen 15, 22ter en 22quinquies van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en
de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen en het beroepsorgaan opgericht
bij wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen,
veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, door de veiligheidsofficieren en door het Vast Comité van
Toezicht op de inlichtingendiensten en de Dienst Enquêtes ervan, en door het Coördinatieorgaan voor
de dreigingsanalyse indien die verwerkingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun
opdrachten.
§ 5. De artikelen 9, 10, § 1, en 12 zijn niet van toepassing :
1° op de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd door openbare overheden met het oog op de
uitoefening van hun opdrachten van gerechtelijke politie;
2° op de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd door de politiediensten bedoeld in artikel 3
van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten, met het
oog op de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke politie;
3° op de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd, met het oog op de uitoefening van hun
opdrachten van bestuurlijke politie, door andere openbare overheden die aangewezen zijn bij een in
Ministerraad overlegd koninklijk besluit, na advies van de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer;
4° op de verwerkingen van persoonsgegevens die noodzakelijk zijn geworden ten gevolge van de
toepassing van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel
voor het witwassen van geld;
5° op de verwerking van persoonsgegevens beheerd door het Vast Comité van Toezicht op de
politiediensten en de Dienst Enquêtes ervan met het oog op de uitoefening van hun wettelijke
opdrachten.
§ 6. De artikelen 6, 8, 9, 10, § 1, en 12 zijn niet van toepassing na een machtiging door de Koning bij
een in Ministerraad overlegd besluit, op de verwerkingen beheerd door het Europees Centrum voor
vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, hierna genoemd “het Centrum”, instelling van openbaar nut
die is opgericht bij akte van 25 juni 1997 en erkend bij koninklijk besluit van 10 juli 1997 voor de
ontvangst, de overzending aan de gerechtelijke overheid en de opvolging van gegevens betreffende
personen die ervan verdacht worden in een bepaald dossier van vermissing of seksuele uitbuiting, een
misdaad of wanbedrijf te hebben begaan. Dit besluit bepaalt de duur en de voorwaarden van de
machtiging na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het Centrum kan geen bestand houden betreffende personen die ervan verdacht worden een misdaad
of wanbedrijf te hebben begaan of van veroordeelde personen.
De raad van beheer van het Centrum wijst onder de personeelsleden van het Centrum een
aangestelde voor de gegevensverwerking aan die kennis heeft van het beheer en de bescherming van
persoonsgegevens. De uitoefening van zijn taken mag voor de aangestelde geen nadelen ten gevolge
hebben. Hij mag in het bijzonder, niet ontslagen of als aangestelde vervangen worden wegens de
uitoefening van de taken die hem zijn toevertrouwd. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad
overlegd besluit na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de
taken van de aangestelde en de wijze waarop deze worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop het
Centrum verslag dient uit te brengen aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de verleende machtiging.
De personeelsleden en degenen die voor het Centrum persoonsgegevens verwerken, zijn tot
geheimhouding verplicht.
Elke schending van die geheimhoudingsplicht wordt gestraft overeenkomstig het bepaalde in artikel
458 van het Strafwetboek.
4
Versie 07/04/2014
In het raam van zijn ondersteunende taken inzake de opsporing van de als vermist of ontvoerd
opgegeven kinderen, kan het Centrum alleen telefoongesprekken opnemen wanneer de oproeper
hierover geïnformeerd wordt en voor zover hij zich daartegen niet heeft verzet.
§ 7. Onverminderd de toepassing van bijzondere wetsbepalingen is artikel 10 niet van toepassing wat
de verwerkingen van persoonsgegevens beheerd door de Federale Overheidsdienst Financiën betreft,
gedurende de periode tijdens dewelke de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een
onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden die worden uitgevoerd
door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke
opdrachten, voor zover de toepassing ervan nadelig zou zijn voor de controle, voor het onderzoek of
voor de voorbereidende werkzaamheden en alleen voor de duur daarvan.
De duur van deze voorbereidende werkzaamheden binnen dewelke het genoemde artikel 10 niet van
toepassing is, mag echter niet meer bedragen dan een jaar vanaf de aanvraag die is ingediend bij
toepassing van dat artikel 10.
Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën gebruik heeft gemaakt van de in het eerste lid
bepaalde uitzondering, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na het afsluiten van de
controle of het onderzoek of na het afsluiten van de voorbereidende werkzaamheden, wanneer ze
geen aanleiding geven tot een controle of onderzoek. De Dienst voor Informatieveiligheid en
Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer brengt de betrokken belastingplichtige onverwijld op de
hoogte van die opheffing en deelt hem de volledige motivatie mee die is opgenomen in de beslissing
van de verantwoordelijke van de verwerking die van de uitzondering gebruik heeft gemaakt.
Art. 3bis. Deze wet is van toepassing :
1° op de verwerking van persoonsgegevens die wordt verricht in het kader van de effectieve en
daadwerkelijke activiteiten van een vaste vestiging van de verantwoordelijke voor de verwerking op
het Belgisch grondgebied of op een plaats waar de Belgische wet uit hoofde van het internationaal
publiekrecht van toepassing is;
2° op de verwerking van persoonsgegevens door een verantwoordelijke die geen vaste vestiging op
het grondgebied van de Europese Gemeenschap heeft, indien voor de verwerking van
persoonsgegevens gebruik gemaakt wordt van al dan niet geautomatiseerde middelen die zich op het
Belgisch grondgebied bevinden, andere dan degene die uitsluitend aangewend worden voor de
doorvoer van de persoonsgegevens over het Belgisch grondgebied.
In de in het vorige lid onder 2° bedoelde omstandigheden moet de verantwoordelijke voor de
verwerking een op het Belgisch grondgebied gevestigde vertegenwoordiger aanwijzen, onverminderd
rechtsvorderingen die tegen de verantwoordelijke zelf kunnen worden ingesteld.
Hoofdstuk II. Algemene voorwaarden voor de rechtmatigheid van de verwerking van
persoonsgegevens
Art. 4. § 1. Persoonsgegevens dienen :
1° eerlijk en rechtmatig te worden verwerkt;
2° voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden te worden verkregen
en niet verder te worden verwerkt op een wijze die, rekening houdend met alle relevante factoren,
met name met de redelijke verwachtingen van de betrokkene en met de toepasselijke wettelijke en
reglementaire bepalingen, onverenigbaar is met die doeleinden. Onder de voorwaarden vastgesteld
door de Koning na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
wordt verdere verwerking van de gegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke
doeleinden niet als onverenigbaar beschouwd;
3° toereikend, terzake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij
5
Versie 07/04/2014
worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt;
4° nauwkeurig te zijn en, zo nodig, te worden bijgewerkt; alle redelijke maatregelen dienen te worden
getroffen om de gegevens die, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of
waarvoor zij verder worden verwerkt, onnauwkeurig of onvolledig zijn, uit te wissen of te verbeteren;
5° in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer te worden bewaard
dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of verder worden
verwerkt, noodzakelijk is. De Koning voorziet, na advies van de Commissie voor de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer, in passende waarborgen voor persoonsgegevens die, langer dan hiervoor
bepaald, voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard.
§ 2. Op de verantwoordelijke voor de verwerking rust de plicht om voor de naleving van het bepaalde
in § 1 zorg te dragen.
Art. 5. Persoonsgegevens mogen slechts verwerkt worden in één van de volgende gevallen :
a) wanneer de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;
b) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de
betrokkene partij is of voor de uitvoering van maatregelen die aan het sluiten van die overeenkomst
voorafgaan en die op verzoek van de betrokkene zijn genomen;
c) wanneer de verwerking noodzakelijk is om een verplichting na te komen waaraan de
verantwoordelijke voor de verwerking is onderworpen door of krachtens een wet, een decreet of een
ordonnantie;
d) wanneer de verwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;
e) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van openbaar belang of die
deel uitmaakt van de uitoefening van het openbaar gezag, die is opgedragen aan de
verantwoordelijke voor de verwerking of aan de derde aan wie de gegevens worden verstrekt;
f) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de
verantwoordelijke voor de verwerking of van de derde aan wie de gegevens worden verstrekt, mits
het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene die aanspraak maakt op
bescherming uit hoofde van deze wet, niet zwaarder doorwegen.
De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, nader bepalen in welke gevallen de onder f) bedoelde
voorwaarde niet geacht wordt te zijn vervuld.
Art. 6. § 1. De verwerking van persoonsgegevens waaruit de raciale of etnische afkomst, de politieke
opvattingen, de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging of het lidmaatschap van een
vakvereniging blijken, alsook de verwerking van persoonsgegevens die het seksuele leven betreffen, is
verboden.
§ 2. Het verbod om de in § 1 van dit artikel bedoelde persoonsgegevens te verwerken, is niet van
toepassing in een van de volgende gevallen :
a) wanneer de betrokkene schriftelijk heeft toegestemd in een dergelijke verwerking met dien
verstande dat deze toestemming te allen tijde door de betrokkene kan worden ingetrokken; de Koning
kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit na advies van de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer, bepalen in welke gevallen het verbod om de in dit artikel bedoelde gegevens
te verwerken niet door de schriftelijke toestemming van de betrokkene ongedaan kan worden
gemaakt;
b) wanneer de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de specifieke
verplichtingen en rechten van de verantwoordelijke voor de verwerking met betrekking tot het
arbeidsrecht;
c) wanneer de verwerking noodzakelijk is ter verdediging van de vitale belangen van de betrokkene of
van een andere persoon indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is zijn instemming te
6
Versie 07/04/2014
getuigen;
d) wanneer de verwerking wordt verricht door een stichting, een vereniging of enige andere instantie
zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig, mutualistisch of
vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten, mits de verwerking
uitsluitend betrekking heeft op de leden van de stichting, de vereniging of de instantie of op de
personen die in verband met haar streefdoelen regelmatige contacten met haar onderhouden, en de
gegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen aan derden worden doorgegeven;
e) wanneer de verwerking betrekking heeft op gegevens die duidelijk door de betrokkene openbaar
zijn gemaakt;
f) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van
een recht in rechte;
g) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor het wetenschappelijk onderzoek en verricht wordt
onder de voorwaarden vastgesteld door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies
van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
h) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling vastgesteld
door of krachtens de wet met het oog op de toepassing van de sociale zekerheid;
i) wanneer de verwerking wordt verricht in uitvoering van de wet van 4 juli 1962 betreffende de
openbare statistiek;
j) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de doeleinden van preventieve geneeskunde of
medische diagnose, het verstrekken van zorg of behandelingen aan de betrokkene of een verwant, of
het beheer van gezondheidsdiensten handelend in het belang van de betrokkene en de gegevens
worden verwerkt onder het toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg;
k) wanneer de verwerking door verenigingen met rechtspersoonlijkheid of instellingen van openbaar
nut die als hoofddoel de verdediging van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden
hebben, verricht wordt voor de verwezenlijking van dat doel, op voorwaarde dat voor de verwerking
een machtiging is verleend door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
l) wanneer de verwerking van de persoonsgegevens bedoeld in § 1 om een andere belangrijke reden
van publiek belang door een wet, een decreet of een ordonnantie wordt toegelaten.
In het geval bedoeld onder j) zijn de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg en zijn aangestelden
of gemachtigden tot geheimhouding verplicht.
§ 3. Onverminderd de toepassing van de artikelen 7 en 8 van deze wet is de verwerking van
persoonsgegevens die het seksuele leven betreffen, toegestaan wanneer de verwerking wordt verricht
door een vereniging met rechtspersoonlijkheid of door een instelling van openbaar nut met als
statutair hoofddoel de evaluatie, de begeleiding en de behandeling van personen van wie het seksueel
gedrag gekwalificeerd kan worden als een misdrijf en die voor de verwezenlijking van dat doel door
de bevoegde overheid worden erkend en gesubsidieerd; voor dergelijke verwerkingen, waarvan de
bedoeling moet bestaan in de evaluatie, begeleiding en behandeling van de in deze paragraaf
bedoelde personen en de verwerking uitsluitend persoonsgegevens betreft die, wanneer ze het
seksueel leven betreffen, enkel betrekking hebben op laatstgenoemde personen, moet door de Koning
bij een in een Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer, een bijzondere, individuele machtiging worden verleend.
Het in deze paragraaf bedoelde besluit preciseert de duur van de machtiging, de modaliteiten voor de
controle van de gemachtigde vereniging of instelling door de bevoegde overheid en de wijze waarop
door deze overheid aan de Commissie voor de persoonlijke levenssfeer verslag moet worden
uitgebracht over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de verleende machtiging.
§ 4. De Koning legt bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer de bijzondere voorwaarden op waaraan de verwerking
van de in dit artikel bedoelde persoonsgegevens moet voldoen.
7
Versie 07/04/2014
Art. 7. § 1. De verwerking van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen, is verboden.
§ 2. Het verbod om de in § 1 bedoelde persoonsgegevens te verwerken, is niet van toepassing in de
volgende gevallen :
a) wanneer de betrokkene schriftelijk heeft toegestemd in een dergelijke verwerking met dien
verstande dat deze toestemming te allen tijde door de betrokkene kan worden ingetrokken; de Koning
kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit na advies van de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer, bepalen in welke gevallen het verbod om gegevens betreffende de
gezondheid te verwerken niet door de schriftelijke toestemming van de betrokkene ongedaan kan
worden gemaakt;
b) wanneer de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van de specifieke
verplichtingen en rechten van de verantwoordelijke voor de verwerking met betrekking tot het
arbeidsrecht;
c) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling vastgesteld
door of krachtens de wet met het oog op de toepassing van de sociale zekerheid;
d) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de bevordering en de bescherming van de
volksgezondheid met inbegrip van bevolkingsonderzoek;
e) wanneer de verwerking om redenen van zwaarwegend algemeen belang verplicht wordt door of
krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;
f) wanneer de verwerking noodzakelijk is ter verdediging van vitale belangen van de betrokkene of
van een andere persoon indien de betrokkene fysiek of juridisch niet in staat is om zijn toestemming
te geven;
g) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor het voorkomen van een concreet gevaar of voor de
beteugeling van een bepaalde strafrechtelijke inbreuk;
h) wanneer de verwerking betrekking heeft op gegevens die duidelijk door de betrokkene zijn
openbaar gemaakt;
i) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van
een recht in rechte;
j) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor doeleinden van preventieve geneeskunde of medische
diagnose, het verstrekken van zorg of behandelingen aan de betrokkene of een verwant, of het
beheer van de gezondheidsdiensten handelend in het belang van de betrokkene en de gegevens
worden verwerkt onder het toezicht van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg;
k) wanneer de verwerking noodzakelijk is voor het wetenschappelijk onderzoek en verricht wordt
onder de voorwaarden vastgesteld door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies
van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
§ 3. De Koning legt, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bijzondere voorwaarden vast waaraan de verwerking
van de in dit artikel bedoelde persoonsgegevens moet voldoen.
§ 4. Persoonsgegevens betreffende de gezondheid mogen, behoudens schriftelijke toestemming van
de betrokkene of wanneer de verwerking noodzakelijk is voor het voorkomen van een dringend
gevaar of voor de beteugeling van een bepaalde strafrechtelijke inbreuk, enkel worden verwerkt
onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en
bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepalen welke categorieën van personen als
beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg in de zin van deze wet worden beschouwd.
Bij de verwerking van de in dit artikel bedoelde persoonsgegevens zijn de beroepsbeoefenaar in de
gezondheidszorg en zijn aangestelden of gemachtigden, tot geheimhouding verplicht.
8
Versie 07/04/2014
§ 5. Persoonsgegevens betreffende de gezondheid moeten worden ingezameld bij de betrokkene.
Zij kunnen slechts via andere bronnen worden ingezameld op voorwaarde dat dit in overeenstemming
is met de paragrafen 3 en 4 van dit artikel en dat dit noodzakelijk is voor de doeleinden van de
verwerking of de betrokkene niet in staat is om de gegevens te bezorgen.
Art. 8. § 1. De verwerking van persoonsgegevens inzake geschillen voorgelegd aan hoven en
rechtbanken alsook aan administratieve gerechten, inzake verdenkingen, vervolgingen of
veroordelingen met betrekking tot misdrijven, of inzake administratieve sancties of
veiligheidsmaatregelen, is verboden.
§ 2. Het verbod om de in § 1 bedoelde persoonsgegevens te verwerken, is niet van toepassing op
verwerkingen :
a) onder toezicht van een openbare overheid of van een ministeriële ambtenaar in de zin van het
Gerechtelijk Wetboek, indien de verwerking noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken;
b) door andere personen, indien de verwerking noodzakelijk is voor de verwezenlijking van doeleinden
die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn vastgesteld;
c) door natuurlijke personen of door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersonen in zoverre
dat noodzakelijk is voor het beheer van hun eigen geschillen;
d) door advocaten of andere juridische raadgevers in zoverre de verwerking noodzakelijk is voor de
verdediging van de belangen van de cliënten;
e) die noodzakelijk zijn voor het wetenschappelijk onderzoek en verricht worden onder de
voorwaarden vastgesteld door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
§ 3. De personen die krachtens § 2 gemachtigd zijn om de in § 1 bedoelde persoonsgegevens te
verwerken, zijn tot geheimhouding verplicht.
§ 4. De Koning legt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bijzondere voorwaarden vast waaraan de verwerking
van de in § 1 bedoelde persoonsgegevens moet voldoen.
Hoofdstuk III. Rechten van de betrokkene
Art. 9. § 1. Indien persoonsgegevens betreffende de betrokkene bij hemzelf worden verkregen, moet
de verantwoordelijke voor de verwerking of diens vertegenwoordiger uiterlijk op het moment dat de
gegevens worden verkregen aan de betrokkene ten minste de hierna volgende informatie verstrekken,
behalve indien hij daarvan reeds op de hoogte is :
a) de naam en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking en, in voorkomend geval, van
diens vertegenwoordiger;
b) de doeleinden van de verwerking;
c) het bestaan van een recht om zich op verzoek en kosteloos tegen de voorgenomen verwerking van
hem betreffende persoonsgegevens te verzetten, indien de verwerking verricht wordt met het oog op
direct marketing;
d) andere bijkomende informatie, met name :
– de ontvangers of de categorieën ontvangers van de gegevens,
– het al dan niet verplichte karakter van het antwoord en de eventuele gevolgen van nietbeantwoording,
– het bestaan van een recht op toegang en op verbetering van de persoonsgegevens die op hem
betrekking hebben; behalve indien die verdere informatie, met inachtneming van de specifieke
omstandigheden waaronder de persoonsgegevens verkregen worden, niet nodig is om tegenover de
betrokkene een eerlijke verwerking te waarborgen;
9
Versie 07/04/2014
e) andere informatie afhankelijk van de specifieke aard van de verwerking, die wordt opgelegd door
de Koning na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
§ 2. Indien de persoonsgegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen, moet de verantwoordelijke
voor de verwerking of zijn vertegenwoordiger, op het moment van de registratie van de gegevens of
wanneer mededeling van de gegevens aan een derde wordt overwogen, uiterlijk op het moment van
de eerste mededeling van de gegevens, ten minste de volgende informatie verstrekken, tenzij de
betrokkene daarvan reeds op de hoogte is :
a) de naam en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking en, in voorkomend geval, van
diens vertegenwoordiger;
b) de doeleinden van de verwerking;
c) het bestaan van een recht om zich op verzoek en kosteloos tegen de voorgenomen verwerking van
hem betreffende persoonsgegevens te verzetten, indien de verwerking verricht wordt met het oog op
direct marketing; in dit geval dient de betrokkene in kennis te worden gesteld vooraleer de
persoonsgegevens voor de eerste keer aan een derde worden verstrekt of voor rekening van derden
worden gebruikt voor direct marketing;
d) andere bijkomende informatie, met name :
– de betrokken gegevenscategorieën;
– de ontvangers of de categorieën ontvangers;
– het bestaan van een recht op toegang en op verbetering van de persoonsgegevens die op hem
betrekking hebben; behalve indien die verdere informatie, met inachtneming van de specifieke
omstandigheden waaronder de gegevens verwerkt worden, niet nodig is om tegenover de betrokkene
een eerlijke verwerking te waarborgen;
e) andere informatie afhankelijk van de specifieke aard van de verwerking, die wordt opgelegd door
de Koning na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De verantwoordelijke voor de verwerking wordt van de in deze paragraaf bedoelde kennisgeving
vrijgesteld :
a) wanneer, met name voor statistische doeleinden of voor historisch of wetenschappelijk onderzoek
of voor bevolkingsonderzoek met het oog op de bescherming en de bevordering van de
volksgezondheid, de kennisgeving aan de betrokkene onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite
kost;
b) wanneer de registratie of de verstrekking van de persoonsgegevens verricht wordt met het oog op
de toepassing van een bepaling voorgeschreven door of krachtens een wet, een decreet of een
ordonnantie.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer de voorwaarden voor de toepassing van het vorige lid.
Indien de eerste mededeling van de gegevens geschiedde vóór de inwerkingtreding van deze
bepaling, moet de mededeling van de informatie, in afwijking van het eerste lid, uiterlijk geschieden
binnen een termijn van 3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze bepaling. De informatie
moet evenwel niet worden meegedeeld indien de verantwoordelijke voor de verwerking was
vrijgesteld van de verplichting om de betrokkene in kennis te stellen van de registratie van de
gegevens krachtens de wettelijke en reglementaire bepalingen van toepassing op de dag voorafgaand
aan de datum van inwerkingtreding van deze bepaling.
Art. 10. § 1. De betrokkene die zijn identiteit bewijst, heeft het recht om vanwege de
verantwoordelijke voor de verwerking te verkrijgen :
a) kennis van het al dan niet bestaan van verwerkingen van hem betreffende gegevens alsmede ten
minste informatie over de doeleinden van deze verwerkingen, van de categorieën gegevens waarop
deze verwerkingen betrekking hebben en van de categorieën ontvangers aan wie de gegevens
worden verstrekt;
b) verstrekking in begrijpelijke vorm van de gegevens zelf die worden verwerkt, alsmede alle
10
Versie 07/04/2014
beschikbare informatie over de oorsprong van die gegevens;
c) mededeling van de logica die aan een geautomatiseerde verwerking van hem betreffende gegevens
ten grondslag ligt in geval van geautomatiseerde besluitvorming in de zin van artikel 12bis;
d) kennis van de mogelijkheid om de in de artikelen 12 en 14 bedoelde beroepen in te stellen en
eventueel inzage te nemen van het in artikel 18 bedoelde openbaar register.
Daartoe richt de betrokkene een gedagtekend en ondertekend verzoek aan de verantwoordelijke voor
de verwerking of aan iedere andere persoon die de Koning aanwijst.
De inlichtingen worden onverwijld en ten laatste binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het
verzoek meegedeeld.
De Koning kan nadere regelen voor de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht bepalen.
§ 2. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 9, § 2, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende
de rechten van de patiënt, heeft elke persoon het recht om hetzij op rechtstreekse wijze hetzij met
behulp van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg kennis te krijgen van de persoonsgegevens
die betreffende zijn gezondheid worden verwerkt.
Onverminderd het bepaalde in artikel 9, § 2, van voornoemde wet, kan op verzoek van de
verantwoordelijke van de verwerking of op verzoek van de betrokkene, de mededeling gebeuren door
tussenkomst van een door de betrokkene gekozen beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg.
Indien er duidelijk geen gevaar is voor inbreuken op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
van de betrokkene en de gegevens niet gebruikt worden om maatregelen en besluiten te nemen ten
aanzien van een individuele betrokkene, kan de kennisgeving ook worden uitgesteld indien de
gezondheidsgegevens verwerkt worden voor medisch-wetenschappelijk onderzoek, doch slechts in de
mate dat de kennisgeving het onderzoek op ernstige wijze zou schaden en uiterlijk tot op het moment
van de beëindiging van het onderzoek.
In dat geval moet de betrokkene aan de verantwoordelijke voor de verwerking vooraf zijn schriftelijke
toestemming hebben gegeven dat de hem betreffende persoonsgegevens voor medischwetenschappelijke
doeleinden kunnen worden verwerkt en dat kennisgeving van deze
persoonsgegevens om die reden kan worden uitgesteld.
§ 3. Aan een aanvraag bedoeld in § 1 en § 2 moet geen gevolg worden gegeven dan na verloop van
een redelijke termijn, te rekenen van de dagtekening van een vroegere aanvraag van dezelfde
persoon waarop is geantwoord of te rekenen van de dagtekening waarop de gegevens hem
ambtshalve zijn meegedeeld.
Art. 11.[...] opgeheven
Art. 12. § 1. Eenieder is gerechtigd alle onjuiste persoonsgegevens die op hem betrekking hebben
kosteloos te doen verbeteren.
Eenieder is bovendien gerechtigd om wegens zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die
verband houden met zijn bijzondere situatie, zich ertegen te verzetten dat hem betreffende gegevens
het voorwerp van een verwerking vormen, behalve wanneer de rechtmatigheid van de verwerking
gesteund is op de in artikel 5, b) en c), bedoelde redenen.
Indien de persoonsgegevens verkregen worden met het oog op direct marketing mag de betrokkene
zich kosteloos en zonder enige motivering tegen de voorgenomen verwerking van hem betreffende
persoonsgegevens verzetten.
In geval van gerechtvaardigd verzet mag de door de verantwoordelijke voor de verwerking verrichte
verwerking niet langer op deze persoonsgegevens betrekking hebben.
Eenieder is tevens gerechtigd kosteloos de verwijdering van of het verbod op de aanwending van alle
hem betreffende persoonsgegevens te bekomen die gelet op het doel van de verwerking, onvolledig
11
Versie 07/04/2014
of niet ter zake dienend zijn, of waarvan de registratie, de mededeling of de bewaring verboden zijn,
of die na verloop van de toegestane duur zijn bewaard.
§ 2. Om de in § 1 bedoelde rechten uit te oefenen dient de belanghebbende een gedagtekend en
ondertekend verzoek in bij de verantwoordelijke voor de verwerking of bij iedere andere persoon die
de Koning aanwijst.
§ 3. Binnen een maand te rekenen van het tijdstip van indiening van het verzoek op grond van § 2,
deelt de verantwoordelijke voor de verwerking de verbeteringen of verwijderingen van gegevens,
gedaan op grond van § 1, mee aan de betrokkene zelf, alsmede aan de personen aan wie de onjuiste,
onvolledige of niet ter zake dienende gegevens zijn meegedeeld, voor zover hij nog kennis heeft van
de bestemmelingen van de mededeling en de kennisgeving aan deze bestemmelingen niet onmogelijk
blijkt of onevenredig veel moeite kost.
Indien de betrokkene zich tegen de verwerking of de voorgenomen verwerking van hem betreffende
persoonsgegevens verzet in toepassing van § 1, tweede en derde lid, deelt de verantwoordelijke voor
de verwerking aan de betrokkene binnen dezelfde termijn mee welk gevolg hij aan het verzoek heeft
gegeven.
§ 4. [...]
Art. 12bis. Een besluit waaraan voor een persoon rechtsgevolgen verbonden zijn of dat hem in
aanmerkelijke mate treft, mag niet louter worden genomen op grond van een geautomatiseerde
gegevensverwerking die bestemd is om bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid te evalueren.
Het in het eerste lid vastgestelde verbod geldt niet indien het besluit wordt genomen in het kader van
een overeenkomst of zijn grondslag vindt in een bepaling voorgeschreven door of krachtens een wet,
decreet of ordonnantie. In die overeenkomst of in die bepaling moeten passende maatregelen zijn
genomen ter bescherming van de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene. Minstens moet hem
de mogelijkheid geboden worden om op nuttige wijze zijn standpunt naar voor te brengen.
Art. 13. Eenieder die zijn identiteit bewijst, is gerechtigd zich kosteloos tot de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer te wenden, teneinde de in de artikelen 10 en 12
bedoelde rechten uit te oefenen ten aanzien van de verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in
artikel 3, §§ 4, 5, 6 en 7.
De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
en bij een in Ministerraad overlegd besluit, de wijze waarop deze rechten worden uitgeoefend.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer deelt uitsluitend aan de
betrokkene mede dat de nodige verificaties werden verricht.
Evenwel bepaalt de Koning, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer, bij een in Ministerraad overlegd besluit, welke informatie de Commissie aan de
betrokkene mag meedelen indien het verzoek van de betrokkene een verwerking van
persoonsgegevens betreft door politiediensten met het oog op identiteitscontrole.
Art. 14. § 1. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende zoals in kort geding,
neemt kennis van de vorderingen betreffende het door of krachtens de wet verleende recht om kennis
te krijgen van persoonsgegevens, alsook van de vorderingen tot verbetering, tot verwijdering of tot
het verbieden van de aanwending van onjuiste persoonsgegevens of die gelet op het doel van de
verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel waarvan de registratie de mededeling of
de bewaring verboden is, tegen de verwerking waarvan de betrokkene zich heeft verzet of die langer
bewaard werden dan de toegestane duur.
§ 2. De voorzitter van de rechtbank van de woonplaats van de eiser is bevoegd voor de in § 1
bedoelde vorderingen. Indien de eiser geen woonplaats in België heeft, is de voorzitter van de
12
Versie 07/04/2014
rechtbank van de woonplaats van de verantwoordelijke voor de verwerking, die een natuurlijke
persoon is, bevoegd. Indien de verantwoordelijke voor de verwerking een rechtspersoon is, is de
voorzitter van de rechtbank van de maatschappelijke of administratieve zetel bevoegd.
De beschikking wordt in openbare rechtszitting uitgesproken. Zij is uitvoerbaar bij voorraad,
niettegenstaande hoger beroep of verzet.
§ 3. De vordering wordt ingediend bij verzoekschrift op tegenspraak.
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de eiser;
3° de naam, de voornaam en de woonplaats van de op te roepen persoon;
4° het voorwerp van de vordering en de korte samenvatting van de middelen;
5° de handtekening van de eiser of van zijn advocaat.
§ 4. Het verzoekschrift wordt bij ter post aangetekende brief toegezonden aan de griffier van het
gerecht of ter griffie neergelegd.
Nadat, in voorkomend geval de rolrechten zijn betaald, worden de partijen door de griffier bij
gerechtsbrief opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. Bij de oproeping
wordt een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
§ 5. De op grond van § 1 ingestelde vordering is pas ontvankelijk als het verzoek, bedoeld in artikel
10, § 1, of dat bedoeld in artikel 12, § 2, is afgewezen of als daaraan naargelang het geval, binnen de
door artikel 10, § 1, tweede lid dan wel door artikel 12, § 3, eerste lid, voorgeschreven termijn geen
gevolg is gegeven.
§ 6. Indien onjuiste, onvolledige of niet ter zake dienende gegevens of gegevens waarvan de
bewaring verboden is aan derden zijn medegedeeld, dan wel wanneer een mededeling van gegevens
heeft plaatsgehad na verloop van de tijd waarin de bewaring van die gegevens toegelaten is, kan de
voorzitter van de rechtbank gelasten dat de verantwoordelijke voor de verwerking aan die derden van
de verbetering of de verwijdering van die gegevens kennis geeft.
§ 7. Wanneer dwingende redenen de vrees doen rijzen dat bewijsmateriaal dat kan worden
aangevoerd bij een in § 1 bedoelde vordering zou kunnen worden verheeld of verdwijnen, gelast de
voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg op eenzijdig verzoekschrift, ondertekend en ingediend
door de partij of haar advocaat, elke maatregel ter voorkoming van die verheling of verdwijning.
§ 8. De bepalingen van de §§ 6 en 7 houden geen beperking in van de algemene bevoegdheid ter
zake van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding.
Art. 15. Onmiddellijk bij het ontvangen van het verzoek tot verbetering, verwijdering of verbod van
gebruik of bekendmaking van persoonsgegevens of bij de kennisgeving van de instelling van het
geding bedoeld in artikel 14 en tot een beslissing in kracht van gewijsde is getreden, dient de
verantwoordelijke voor de verwerking bij elke mededeling van een persoonsgegeven duidelijk aan te
geven dat het gegeven betwist is.
Art. 15bis. Indien een betrokkene schade lijdt doordat ten opzichte van hem in strijd wordt
gehandeld met de bij of krachtens deze wet bepaalde voorschriften, zijn het hiernavolgende tweede
en derde lid van toepassing, onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke regels.
De verantwoordelijke voor de verwerking is aansprakelijk voor de schade die voortvloeit uit een
handeling in strijd met de bij of krachtens deze wet bepaalde voorschriften.
Hij is van deze aansprakelijkheid ontheven indien hij bewijst dat het feit dat de schade heeft
veroorzaakt hem niet kan worden toegerekend.
13
Versie 07/04/2014
Hoofdstuk IV. Vertrouwelijkheid en beveiliging van de verwerking
Art. 16. § 1. Indien de verwerking wordt toevertrouwd aan een verwerker, moet de
verantwoordelijke voor de verwerking, en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger in België :
1° een verwerker kiezen die voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de technische en
organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de te verrichten verwerking;
2° toezien op de naleving van die maatregelen, met name door ze vast te leggen in contractuele
bepalingen;
3° de aansprakelijkheid van de verwerker ten aanzien van de verantwoordelijke voor de verwerking
vaststellen in de overeenkomst;
4° met de verwerker overeenkomen dat de verwerker slechts handelt in opdracht van de
verantwoordelijke voor de verwerking en dat de verwerker is gebonden door dezelfde verplichtingen
als deze die waartoe de verantwoordelijke in toepassing van paragraaf 3 is gehouden;
5° in een geschrift of op een elektronische drager de elementen van de overeenkomst met betrekking
tot de bescherming van de gegevens en de eisen met betrekking tot de maatregelen bedoeld in
paragraaf 3 vaststellen.
§ 2. De verantwoordelijke voor de verwerking of, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger in
België moet :
1° er nauwlettend over waken dat de gegevens worden bijgewerkt, dat de onjuiste, onvolledige en
niet ter zake dienende gegevens, alsmede die welke zijn verkregen of verder verwerkt in strijd met de
artikelen 4 tot 8, worden verbeterd of verwijderd;
2° ervoor zorgen dat voor de personen die onder zijn gezag handelen, de toegang tot de gegevens en
de verwerkingsmogelijkheden, beperkt blijven tot hetgeen die personen nodig hebben voor de
uitoefening van hun taken of tot hetgeen noodzakelijk is voor de behoeften van de dienst;
3° alle personen die onder zijn gezag handelen, kennisgeven van de bepalingen van deze wet en haar
uitvoeringsbesluiten, alsmede van alle relevante voorschriften inzake de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer die bij het verwerken van persoonsgegevens gelden;
4° zich ervan vergewissen of programma's voor de geautomatiseerde verwerking van
persoonsgegevens in overeenstemming zijn met de vermeldingen van de aangifte waarvan sprake is
in artikel 17 en dat er geen wederrechtelijk gebruik van wordt gemaakt.
§ 3. Eenieder die handelt onder het gezag van de verantwoordelijke voor de verwerking of van de
verwerker alsmede de verwerker zelf, die toegang heeft tot persoonsgegevens, mag deze slechts in
opdracht van de verantwoordelijke voor de verwerking verwerken, behoudens op grond van een
verplichting door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
§ 4. Om de veiligheid van de persoonsgegevens te waarborgen, moeten de verantwoordelijke voor de
verwerking, en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger in België, alsmede de verwerker, de
gepaste technische en organisatorische maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming van
de persoonsgegevens tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, tegen toevallig verlies, evenals
tegen de wijziging van of de toegang tot, en iedere andere niet toegelaten verwerking van
persoonsgegevens.
Deze maatregelen moeten een passend beveiligingsniveau verzekeren, rekening houdend, enerzijds,
met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en,
anderzijds, met de aard van de te beveiligen gegevens en de potentiële risico's.
Op advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan de Koning voor
alle of voor bepaalde categorieën van verwerkingen aangepaste normen inzake informaticaveiligheid
uitvaardigen.
14
Versie 07/04/2014
Hoofdstuk V. Voorafgaande aangifte en openbaarheid van de verwerkingen
Art. 17. § 1. Voordat wordt overgegaan tot één of meer volledig of gedeeltelijk geautomatiseerde
verwerkingen van gegevens die voor de verwezenlijking van een doeleinde of van verscheidene
samenhangende doeleinden bestemd zijn, doet de verantwoordelijke voor de verwerking of, in
voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, daarvan aangifte bij de Commissie voor de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer.
Het vorige lid is niet van toepassing op verwerkingen die alleen tot doel hebben een register bij te
houden dat door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie bedoeld is om het publiek
voor te lichten en door eenieder dan wel door ieder persoon die zich op een gerechtvaardigd belang
kan beroepen, kan worden geraadpleegd.
§ 2. De Commissie doet binnen drie werkdagen een ontvangbewijs van de aangifte geworden.
Indien de aangifte onvolledig is, moet de Commissie de aangever daarvan op de hoogte brengen.
§ 3. Deze aangifte moet vermelden :
1° de datum van de aangifte en in voorkomend geval, de wet, het decreet of de ordonnantie of de
reglementaire akte waarbij de geautomatiseerde verwerking wordt ingesteld;
2° de naam, de voornamen en het volledig adres of de benaming en de zetel van de
verantwoordelijke voor de verwerking en in voorkomend geval van zijn vertegenwoordiger in België;
3° [...];
4° de benaming van de geautomatiseerde verwerking;
5° het doel of het geheel van samenhangende doeleinden van de geautomatiseerde verwerking;
6° de categorieën van de verwerkte persoonsgegevens met een bijzondere beschrijving van de
gegevens bedoeld in de artikelen 6 tot 8;
7° de categorieën van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden verstrekt;
8° de waarborgen die aan de mededeling van gegevens aan derden verbonden moeten zijn;
9° de wijze waarop de personen op wie de gegevens betrekking hebben daarvan in kennis worden
gesteld, de dienst waarbij het recht op toegang kan worden uitgeoefend en de maatregelen genomen
om de uitoefening van dat recht te vergemakkelijken;
10° de termijn waarna, in voorkomend geval, de gegevens niet meer mogen bewaard, gebruikt of
verspreid worden;
11° een algemene beschrijving om op voorhand te kunnen beoordelen of de veiligheidsmaatregelen
die in toepassing van artikel 16 van deze wet genomen zijn, afdoende zijn;
12° de redenen waarop de verantwoordelijke voor de verwerking in voorkomend geval de toepassing
van artikel 3, § 3, van deze wet steunt.
§ 4. In het kader van haar controle- en onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 31 en 32 is de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer gemachtigd tot het opeisen van
andere gegevens, met name de oorsprong van de persoonsgegevens, de gekozen
automatiseringstechniek en de voorziene beveiligingsmaatregelen.
§ 5. Voor elk doeleinde of geheel van samenhangende doeleinden waarvoor tot een of meer volledig
of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerkingen wordt overgegaan, is een aangifte vereist.
De Commissie stelt de aard en de structuur van de aangifte vast.
§ 6. Wanneer de verwerkte gegevens, zelfs occasioneel, bestemd zijn om naar het buitenland te
worden doorgezonden, moet, ongeacht de gebruikte gegevensdrager, daarenboven in de aangifte
worden vermeld :
1° de categorieën van gegevens die worden doorgezonden;
2° voor elke categorie van gegevens, het land van bestemming.
15
Versie 07/04/2014
§ 7. Ingeval aan een geautomatiseerde verwerking een einde wordt gemaakt of enige informatie
vermeld in de § 3 wijzigt, moet daarvan eveneens aangifte worden gedaan.
§ 8. De Koning kan na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
bepaalde categorieën vrijstellen van de in dit artikel bedoelde aangifte wanneer, rekening houdend
met de verwerkte gegevens, er kennelijk geen gevaar is voor inbreuken op de rechten en vrijheden
van de betrokkenen, en de doeleinden van de verwerking, de categorieën van verwerkte gegevens, de
categorieën betrokkenen, de categorieën ontvangers en de periode gedurende welke de gegevens
worden bewaard, gepreciseerd worden.
Indien voor geautomatiseerde verwerkingen in toepassing van het vorige lid een vrijstelling van de
aanmeldingsplicht wordt verleend, moeten de inlichtingen vermeld in de §§ 3 en 6 door de
verantwoordelijke voor de verwerking meegedeeld worden aan iedereen die daarom verzoekt.
§ 9. De verantwoordelijke voor de verwerking is gehouden op het ogenblik van de verrichting van de
aangifte, een bijdrage te storten aan de rekenplichtige aangesteld bij de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, overeenkomstig de bepalingen van de wetten op de
Rijkscomptabiliteit. De Koning stelt het bedrag van deze bijdrage, die tienduizend frank niet mag
overschrijden, vast [...]. Hij regelt tevens de modaliteiten voor de betaling ervan.
Art. 17bis. De Koning stelt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer de categorieën van verwerkingen vast die specifieke risico's inhouden voor de persoonlijke
rechten en vrijheden van de betrokkenen en stelt voor deze verwerkingen, eveneens op voorstel van
de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bijzondere voorwaarden vast om
de rechten en de vrijheden van de betrokkenen te waarborgen.
In het bijzonder kan Hij bepalen dat de verantwoordelijke voor de verwerking, alleen of samen met
andere verantwoordelijken, een aangestelde voor de gegevensbescherming aanwijst die op
onafhankelijke wijze zorgt voor de toepassing van deze wet en van haar uitvoeringsmaatregelen.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie voor de
bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het statuut van de aangestelde voor de
gegevensbescherming.
Art. 18. Bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt een register
gehouden van de geautomatiseerde verwerkingen van persoonsgegevens.
Bij de inschrijving in dat register moeten de gegevens bedoeld in artikel 17, §§ 3 en 6 worden
opgenomen.
Dat register staat ter inzage van eenieder